Deze 8 ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor woon-werkverkeer

Het aantal werkende migranten neemt toe en thuiswerken wordt populairder. Deze en nog zes maatschappelijke ontwikkelingen hebben komende jaren naar verwachting grote impact op het woon-werkverkeer. Dat komt naar voren in een onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). 

 

Met de studie wil het KiM inzichtelijk maken welke ontwikkelingen er spelen op het gebied van wonen en werken en welke daarvan nu en in de komende tien jaar van belang zijn voor het woon-werkverkeer. Onderzoek op dit vlak blijkt vaak gefragmenteerd of niet compleet. Kennis over deze relatie helpt volgens de onderzoekers om vroegtijdig te kunnen anticiperen, maar ook om (verkeers)modellen verder te optimaliseren.

De onderzoekers legden 22 ontwikkelingen langs de meetlat. Ze keken naar de verwachte omvang: de groei de komende tien jaar en de grootte van de groep die ermee te maken heeft. Ook keken ze het verwachte effect op het woon-werkverkeer. Deze factor is opgedeeld in vier onderdelen: aantal woon-werkverplaatsingen, gemiddeld reisafstand, de gemiddelde reistijd en het aandeel autogebruik.

Onderstaande acht ontwikkelingen hebben komende tien jaar naar verwachting een groot effect op de woning- of arbeidsmarkt, en daarmee op het woon-werkverkeer:

 

1. Vrouwen gaan meer werken

Door maatschappelijke veranderingen zal de arbeidsparticipatie van vrouwen naar verwachting verder toenemen. Hierdoor groeit de omvang van het totale woon-werkverkeer. Voor vrouwen is de woon-werkreisafstand en -reistijd vaak korter dan voor mannen. Dit komt onder meer door het type banen dat ze hebben en doordat vrouwen vaker dan mannen werk combineren met zorgtaken.

 

2. Het opleidingsniveau stijgt

Het aandeel hoog opgeleide werknemers stijgt naar verwachting verder. Hogeropgeleiden maken meer gebruik van de fiets en het openbaar vervoer. Verder leggen ze vaak grotere afstanden af tussen hun woon- en werklocatie. Dit zorgt naar verwachting voor een afname van het aandeel autogebruik en een toename van de gemiddelde reisafstanden en reistijd. De toename van het aantal hoogopgeleiden leidt ook tot een groei van het aantal woon-werkverplaatsingen. Dit komt doordat hogeropgeleiden meer participeren op de arbeidsmarkt en doordat hun aanwezigheid ook weer tot nieuwe banen leidt.

 

3. Thuiswerken wordt populairder

Mede door de technologische ontwikkeling zet de toename van tijd- en plaatsafhankelijk werken naar verwachting verder door, met een geringer aantal verplaatsingen voor het woon-werkverkeer als gevolg. Immers: mensen maken minder reisdagen als ze één of meer weekdagen thuis werken. Het effect op het aandeel autogebruik is beperkt. Tegelijkertijd blijken mensen die veel gebruik maken van thuiswerkmogelijkheden, vaak verder van het werk te wonen; de gemiddelde woon-werkafstand en woon-werkreistijd kan dus toenemen. De noodzaak om in de buurt van het werk te gaan wonen lijkt voor thuiswerkers af te nemen.

 

4. Werkgevers vinden duurzaamheid belangrijker

Naar verwachting groeit onder werkgevers het milieubewustzijn en daarmee het duurzaam mobiliteitsmanagement. Dit heeft een afnemend effect op het aantal verplaatsingen voor woon-werkverkeer en het aandeel autogebruik. Immers: thuiswerken en het gebruik van duurzame vervoermiddelen wordt gestimuleerd. Een effect op de gemiddelde woon-werkreisafstand of woon-werkreistijd is afhankelijk van het type maatregelen, zoal een verhuispremie.

 

5. Aantal werkende migranten neemt toe

Er zijn steeds meer buitenlandse werknemers werkzaam op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hierdoor neemt het aantal woon-werkverplaatsingen toe. Op gebied van woon-werkverkeer bestaan er verschillen tussen migranten en Nederlanders. Migranten lijken een iets langere reistijd te hebben tussen hun woon- en werklocaties en hiervoor vooral gebruik te maken van het openbaar vervoer.

 

6. Er komen steeds meer mensen met een flexibel contract

Flexibilisering van de arbeidsmarkt – steeds meer flexibele/tijdelijke contracten en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) – zal de komende jaren naar verwachting aanhouden. Meer tijdelijke contracten leiden waarschijnlijk tot grotere woon-werkafstanden en woon-werkreistijden. Mensen met een tijdelijk contract zijn namelijk minder geneigd te verhuizen voor het werk. Dit suggereert dat het aandeel autogebruik in het woon-werkverkeer zal toenemen. Daarentegen stimuleert de groei van het aantal zzp’ers over het algemeen meer werk aan huis.

 

7. Steden groeien nog meer

Prognoses duiden op een verdergaande verstedelijking in de komende tien jaar. Mensen die in de stad wonen, hebben gemiddeld een kortere reisafstand, maar wel een langere reistijd dan mensen die in landelijk gebied wonen. Dat kan leiden tot een toenemende druk op de fietspaden en het openbaar vervoer, aangezien beide vervoermiddelen veel in de steden worden gebruikt. Het aandeel autogebruik neemt als gevolg van deze ontwikkeling naar verwachting juist af.

 

8. Bedrijven trekken naar de stad

Werk zal naar verwachting meer verschuiven in de richting van de stedelijke gebieden en de randen van de stad. Dit hangt samen met bovengenoemde verstedelijking. De clustering van mensen en werk in steden leidt ertoe dat de gemiddelde woon-werkafstand en het aandeel autogebruik tussen woon- en werklocaties waarschijnlijk afnemen. Of de reistijd ook afneemt, is afhankelijk van de drukte die ontstaat in steden. Er worden geen effecten verwacht op het aantal woon-werkverplaatsingen.

 

Bron: https://www.verkeersnet.nl/mobiliteitsbeleid/30278/deze-8-ontwikkelingen-hebben-grote-gevolgen-voor-woon-werkverkeer/

Geef een reactie